Bijkomen in Bali
Bali
Het voelt alsof ik mijn ogen pas 5 minuten gesloten heb, wanneer René me een por geeft, we zijn er. Zodra we aankomen op Bali fietsen we het veer af en gaan gelijk op zoek naar lunch. De magen rommelen en we ontdekken tijdens de lunch dat we een tijdzone overgestoken zijn. We besluiten naar het eerste kustdorp te fietsen en daar te overnachten. Het landschap begint vlak en er is voldoende schaduw door alle bomen. Apen lopen langs de weg en Hindoetempels staan tussen het groen.
Het dorpje brengt ons slecht nieuws. Alle accommodatie is te duur en dus zit er weinig anders op dan doorfietsen. En zo zitten we nogmaals op de fiets rond zonsondergang, volledig uitgeput van het vele fietsen. Met moeite bereiken we Negara, onszelf pushend om door te fietsen. Niet dat we veel keus hebben, we moeten ergens slapen. In het kleine centrum van Negara stoppen we bij een minimarkt voor een drankje en hier weten ze een goedkoop hotel. In het donker bereiken we het hotel en settlen ons. We gaan nog de deur uit voor avondeten, maar dan is de dag voor mij wel voorbij.
Na een kort ontbijt voor de deur ben ik blij dat na vandaag we een paar dagen vrijaf hebben. Mijn benen zijn moe van het fietsen en de visas moeten verlengd worden. We vertrekken en al snel is het zwoegen, de eindeloze rijstvelden langs de weg brengen weinig afleiding van mijn vermoeide lichaam. Ik zie René heuvel na heuvel over fietsen en in gedachte vraag ik hem te stoppen. Na 25km stort ik in bij een winkel in een dorpje waar René op me zit te wachten. Het enige wat voor afleiding zorgt zijn de nu aanwezige toeristen. Ze rijden van hot naar her op scooters, met of zonder surfplank en het is mij niet duidelijk waarom ze zo ver in het westen van Bali zijn.
Het is tijdens het laatste stuk naar Denpasar dat ik de 10.000km aantik en ik ben beste en beetje trots dat ik deze afstand heb weten af te leggen in slechts 6,5 maand. Elsa houdt het goed vol, beter dan verwacht toen ik haar kocht op 3 januari. In Denpasar aangekomen fietsen we rond op zoek naar een slaapplek in de buurt van immigratie, maar weh ebben weinig geluk. Na twee rondjes begint de zon me parten te spelen en we lopen een café binnen. Hier nehmen we snel de beslissing naar Kuta te gaan, waar ook een immigratie kantoor te vinden is. Gelukkig is het niet ver en met wat hulp vinden we een kamer en ik duik gelijk de douche in. Een drankje is verdiend en we vinden dit in de buurt. Rustig genietend van een cocktail proberen we gewend te raken aan hoe toeristisch het hier is. Het voelt alsof ik overal op de wereld zou kunnen zitten en ik probeer me te ontspannen.
4 dagen volgen waarop we druk bezig zijn met de verlenging van onze visa. We komen in deze 4 dagen wel 5 keer bij immigratie en pas bij ons 5e bezoek accepteren ze onze aanvraag. Het voelt alsof ze het zo moeilijk mogelijk willen maken terwijl wij hard ons best doen om mee te gaan in alle vragen en eisen. Na onze paspoorten te zien verdwijnen horen we dat we over een week terug moeten komen voor betaling. Het voelt alsof we pas begonnen zijn aan een lang proces. Aangezien immigratie voornamelijk in de ochtend bezig is hebben we de middagen ‘vrij´ om door de straten van Kuta te dwalen en om bij te komen van het vele fietsen.
Een dag nadat de paspoorten bij immigratie zijn achtergelaten zitten we vroeg op de fiets. Het is maar een korte rit tot Sanur, waar we al snel een bootkaartje hebben en we op de publieke boot stappen, met fiets en al. De boot brengt ons naar Nusa Lembongan, waar Jacqui ons opwacht, een vriendin uit Georgetown. Met haar hulp hebben we snel een plek voor onze spullen en ik loop met haar mee naar de duikschool, Big Fish. Hier doet zij haar duikmaster training en ik besluit de zelfde dag nog aan mijn open water cursus te beginnen, waarop ik meteen voor een tv gezet wordt om de video's te kijken.
Dit besluit heeft ervoor gezorgd dat ik bijna 2 maanden op het eiland blijf, op 2 korte uitstapjes na. De eerste is een bezoek aan Kuta, met René, voor het paspoort. Dit duurt 4 dagen, na de betaling kunnen we ons paspoort pas op maandag ophalen. Samen fietsen we nadien naar Sanur, waarop ik van hem afscheid neem. Hij heeft een boot gevonden waarmee hij naar Zuid-Afrika zal zeilen. Ik vertrek terug naar Nusa Lembongan om mijn open water cursus af te maken. Verslingerd aan het duiken doe ik ook de advanced cursus en een aantal plezier duiken. De mooiste dingen zijn er te zien en elke keer ben ik weer blij dat ik deze beslissing heb genomen. Het leven op het eiland is niet volledig lui, buiten het duiken om ben ik begonnen met yoga wat ik 1 à 2 keer per week doe.
Een van de dagen fiets ik rond het eiland met Jen, een Engelse die net begonnen is aan haar reis. We hebben geen haast en zitten op het kleine eiland Nusa Cennigan voor lunch, tot we ontdekken dat het al 3 uur is. We fietsen op ons gemak terug, via een ander strand en besluiten de dag met een lokale drank, arak. Het drankje smaakt puur niet al te best en stinkt ook, maar met soda, limoen en honing is het best lekker. En zo begint de gewoonte om arak te drinken als er een feestje is. Niet dat het een feest eiland is, met elke vrijdagavond een gezellige groep mensen bij de duikschool Blue Corner. Een ander wekelijks feestje, bij Jibaku, heb ik nooit bezocht en dat bevalt me prima.
De tijd wordt niet volledig gespendeert met duimdraaien. De boeken van vrienden worden gelezen, er wordt gepraat met toeristen die overkomen voor een paar dagen en deze en gene die her en der werken en ga zo nu en dan zwemmen in een van de zwembaden. En, mijn voornaamste bezigheid, ik begin te zoeken naar een boot waarop ik Indonesië zou kunnen verlaten. Het idee van zeilen is me door René weer binnen geschoten en ik heb goede hoop iets te vinden. Maar wanneer de maand van mijn kleine plekje op is en de huur weer dubbel is, besluit ik elders mijn plannen uit te werken. De Gil eilanden klinken als een goede plek om weer verder te gaan, met Lombok in de buurt om weer te fietsen. Een ticket wordt gekocht en er wordt nog een laatste vrijdagavond gedaan bij Blue Corner.
Het heeft allemaal niet zo mogen zijn als ik wilde. Tijdens de avond raak ik ten val en bezeer mijn linker pols. Na een tijd met mijn hand in een ijskist te hebben gezeten, waarin het bier wordt koud gehouden, ben ik er klaar mee en begeef me naar bed. Een van de instructeurs heeft mijn pols verbonden en de verwachting is dat mijn pols flink gekneust is. Mijn ticket naar Gili Trawangan cancel ik de volgende morgen gelijk, ik kann zo geen tas tillen, laat staan fietsen. Na er even over nagedacht te hebben besluit ik naar Bali te gaan. Een van de instructeurs gaat ook en samen reizen we naar Kuta, mocht ik een ziekenhuis nodig hebben. Ik besluit uiteindelijk tegen een ziekenhuis bezoek, mocht het nodig zijn dan ga ik later. Elsa krijgt een onderhoudsbeurt bij een fietswinkel, die haar ook stalt terwijl ik door ga. Na 2 dagen in Kuta heb ik het weer gezien en vertrek naar Ubud in de heuvels.
Ubud is een plaats met een levendige kunstwereld. Via Jacqui heb ik kennis gemaakt met Emile in Georgetown, een fotograaf die in Ubud woont. Hij laat me een paar avonden wat van deze kunstwereld zien en het geeft een hele andere impressie van Ubud dan die ik kreeg door rond te lopen. De onrust krijgt echter de overhand en na bijna een week vertrek ik weer, terug naar Kuta om Elsa op te pikken. Volgeladen stap ik een dag later op en vertrek richting Padangbai. Het is niet ver, maar het is heet, ik heb al een tijd niet gefietst en mijn pols is nog niet beter. In Padangbai rol ik zo het veer naar Lombok op maar tegelijkertijd realiseer ik me dat het niet goed gaat met mijn pols.
Java - Indonesië anders
Onbekkend Sumatra
Een ontspannen tijd in Maleisie
Laten we het hoger opzoeken
Eindelijk fietsen
Wakker wordend van mijn wekker ben ik blij dat ik gister al gepakt heb. Klaar voor vertrek nog snel een kop thee voor Jacqie, Mike en ik naar ons vaste ontbijt gaan.
Het is net 9 uur wanneer ik de veerboot af loop in Butterworth. Ik stap op en niet veel later fiets ik langs de expressway richting het noordoosten. De weg is niet druk, maar er is een aparte strook voor scooters buiten de vangrail waar ik fiets. Snel vervalt de weg echter naar een 2-baans zonder vluchtstrook. Het is niet druk met voornamelijk vrachtwagens. Omdat de weg slingert door de heuvels met plantaties is de zichtbaarheid niet groot en besluit ik met helm te rijden. Oncomfortabel maar het went vast.
Wegfietsend van lunch zie ik grijze wolken achter me. Hopend de resterende kilometers te kunnen doen voor het regent fiets ik door, geholpen door een stevige rugwind. Het mag echter niet baten en met nog geen 10km te gaan sta ik in een bushalte te schuilen. Het gaat flink tekeer voor zeker een half uur, voor het afneemt tot regen waar ik in kan fietsen. Een voordeel aan fietsen in de regen is dat het een stuk minder heet is.
In Baling vind ik vlot een goedkope slaapplek waar ik even rust voor ik te voet het plaatsje verken. Met een rivier door het dorp en een grote rots net buiten het dorp is het makkelijk je te orienteren. De mensen zijn vriendelijk, zo ontdek ik tijdens het avondeten waarbij ik in gesprek raak met een agent.
Banding meer ~ 20-04-12 ~ 98km
Ik doe het zodanig rustig aan vandaag dat ik pas na 8 uur vertrek van mijn ontbijt, midden in Baling. De oude snelweg, zoals de mensen weg 76 hier noemen, is snel gevonden. Volgens de agent van gisteren is deze route een stuk heuvelachtiger in vergelijking met de nieuwe snelweg, maar ook rustiger, iets waar ik op hoop. Dat er heuvels zijn blijkt al snel, wanneer ik net buiten het dorp begin te klimmen voor ruim een uur.
Dwars door de jungle en de heuvels slingert de weg van dorp naar dorp. Het is een plezier hier te rijden en er is weinig verkeer. Ik verbaas een paar toeristen op motors (geen scooters) die de andere richting uitgaan. Met regelmatig pauzes in verschillende dorpjes is het goed te doen ondanks het vele klimmen.
Vroeg in de middag kom ik bij een kruising. Hier kan ik afslaan op bij meer Banding te komen of doorgaan naar Gerik om morgen naar het meer te fietsen. Het is nog vroeg en ik hou er niet zo van om een afstand overbodig dubbel te doen en dus sla ik af. Nog even een lunchpauze waarbij ik ook mn water bijvul. Een goede beslissing want niet veel later begin ik aan een veel langere klim waarbij er geen restaurants meer langs de weg te vinden zijn. De laagste versnellingen komen van pas in deze langzame tocht omhoog. Het duurt een tijd voor ik me herinner wat me verteld is in Georgetown. Een van de jongens in de fietswinkel sprak over het meer en het eiland. Het meer is door mensen gemaakt en het eiland was oorspronkelijk een heuvel, de top is nu een eiland. Dit betekent, bedenk ik me nu, dat de rand van het meer ook heuvels moeten zijn. Geen wonder dat ik zo veel omhoog ga!
Na deze lange klim volgt een afdaling en ineens zie ik het meer. De weg vervolgt in een brug die me op het eiland brengt. Hier zet ik, op aanwijzing van de politie, mijn tentje op onder een boom.
'S nachts blijkt dat mijn tweedehands tentje niet bepaald waterdicht is. Elke druppel spat uit in duizend kleine druppels in de tent. Voor het echt losbarst mag ik van de agenten verplaatsen naar een plek onder hun massale afdak. Flinke onweersbuien trekken over en ik slaap weinig maar ben blij in ieder geval droog te zijn.
Ik neem een dagje vrij bij het meer om mijn lichaam niet te veel te porren in de heuvels, er komt mogelijk meer. De omgeving bij het meer verkennen hoop ik ergens olifanten te zien, waarvan ik hoor dat ze hier nogal eens gespot worden. Geen olifanten te zien, maar wel apen en een ree. Nog wat gesprekken met mensen die het eiland aandoen als pauze op een lange rit voor ik mijn tentje weer onder de boom plaats en hoop dat het droog blijft.
Het was zowaar een droge nacht en dus sta ik m'n spullen te pakken onder de boom terwijl de zoon langzaam opkomt achter de heuvels. Het enige vindbare ontbijt achter de kiezen fiets ik weg van het meer. Al snel gaat de weg verder omhoog. Heb ik de hoogste top niet gehad op de weg naar het meer? Kijkend naar het uitzicht lijkt het van niet.
Na ruim 20km durf ik het aan om een vrachtwagen chauffeur te vragen hoeveel verder het nog is voor ik de top bereik. 8 kilometer klinkt geruststellend en ik ga verder. Exact 8km verder zit ik in een restaurant te genieten van roti, thee en het uitzicht. Dit is het hoogste punt van de oost-west snelweg.
Het voordeel van de top bereiken is, buiten het uitzicht, de afdaling die er op volgt. De kilometers gaan snel terwijl ik me naar beneden laat rollen. Het is bijna teleurstellend om daadwerkelijk te moeten fietsen om ergens te komen. Voor ik het weet bevind ik me weer in een normale bewoonde wereld met dorpjes langs de weg.
Jeli was voor mij een stipje op de kaart, een bestemming waar ik hopelijk kan slapen. Hier aangekomen lijkt er niet veel te zijn, wat verspreide gebouwen maar geen echt centrum. Bij een tankstation vraag ik daarom om hulp voor accommodatie. Een man gebaart me hem te volgen, gelukkig is hij geduldig met zijn scooter want de 5km vallen me zwaar. Na 2 nachten kamperen kan ik me de kamer veroorloven en blij sta ik onder een warme douche. De tv is verbonden met een kastje beneden en op verzoek zetten ze een filmzender voor me op.
Het is nog donker als de wekker gaat en dat is toch moeilijker opstaan. De filmzender is nog steeds op en ik word dan ook verleid in het afkijken van een film, half pakkend in de tussentijd. Het is een wonder dat ik niks vergeet en om half 8 de sleutel en het geld kan overhandigen aan een dame die toegesnelt is.
De weg is glooiend en om eerlijk te zijn verveelt het me. Verwend na de geweldige uitzichten van de heuvels is dit niks aan en vaak kan ik weinig zien achter de struiken langs de weg. De mensen zijn echter vriendelijk als altijd. Toch valt het me tegen vandaag en voelt het alsof ik nioet vooruit kom. Misschien komt het omdat ik te weinig drink, maar vaker stoppen voor water blijkt weinig effect te hebben.
Uiteindelijk stop ik een laatste keer voor ijs voor ik de stad in fiets. De laatste kilometers is er langs de weg zo veel bebouwing dat het landschap niet te zien is. Veel kleine bedrijven en dus veel verkeer.
In het centrum zoek ik de Mac op, niet om te eten (alhoewel, een ijsje gaat er altijd in) maar voor de wifi. Een paar mogelijke hostels worden genoteerd en met wat hulp kom ik bij de eerste aan. Op de 3e verdieping in het centrum klinkt oké tot blijkt dat ik Elsa dan ook alle trappen op moet krijgen. Te veel werk als je het mij vraagt en ik ga verder. Net buiten het centrum kom ik bij Zeck's uit, op de begane grond! Het is maar een paar minuten van de avondmarkt waar eten gevonden wordt en ik het niet kan laten om een paar stukken cake mee te nemen.
In Kota Bharu, de provinciale hoofdstad, hoop ik een paar dingen te kunnen regelen. Na het ontbijt vertrek ik naar een fietswinkel waar ze me niet kunnen helpen. Op de vraag om een ander adres wordt eerst gezegd dat er geen is. Dit klinkt mij raar in de oren, in een stad met 2 miljoen inwoners is er maar 1 fietswinkel? Uiteindelijk weet een dame wel een andere plek, nog geen 5 minuten verder. Hier ben ik snel geholpen en kan ik aan de volgende taak beginnen.
Een tent blijkt lastiger te vinden en na een paar onsuccesvolle pogingen kom ik bij een zaak uit die alleen heeft wat ik al heb. Het is al tegen 4 uur en ik ga terug naar Zeck voor nieuw advies en om met gezelschap me weer naar de avondmarkt te begeven voor meer cakes.
De volgende dag vind ik de zaak die me werd aangeraden en hier hebben ze een tent en een matje te koop. Simpel maar meer heb ik niet nodig. Het kan dus wel snel en ik besluit de toerist uit te hangen en wat rond te lopen. Me later naar een internetcafé begevend zie ik een fietser. Vragend of hij hulp nodig heeft blijkt het Fred te zijn die ik in Bangkok heb leren kennen in een fietszaak. Ook hij begeeft zich naar Zeck en er is meer gezelschap voor de avondmarkt.
Elsa gepakt hebben met alles (waaronder nu 2 tenten) fiets ik naar ontbijt en probeer ik een goede route te vinden om de stad weer uit te komen. Er zijn veel 1richtings wegen hier en ik beland nog op een parkeerplaats van een ziekenhuis voor ik op de juiste weg uitkom.
Het begin druk maar al snel buiten het centrum ben ik een van de weinige op de weg. Door de vele schaduw en het zachte windje is het heerlijk fietsen en na een eerste pauze heb ik soms zicht op de oceaan. Het is overduidelijk minder toeristisch en minder ontwikkeld dan de westkust maar het bevalt me goed.
Na 60km sta ik in Kuala Besut bij het kantoor waar ik mijn kaartje moet tonen. Het personeel ziet de fiets en al snel brengt iemand me naar een afgesloten ruimte waar ik Elsa achter laat met het meerendeel van mijn spullen. Veilig achter slot en grendel zo hoop ik. Met 2 fietstassen stap ik een boot op, bestemming een van de Perhentian eilanden.
Ik weet vrij weinig van de eilanden maar wel dat eentje goedkopere accommodatie heeft en hier wordt ik bij een strand afgezet. Met wat hulp kom ik uit in een dormitory en laat ik alles achter om te gaan zwemmen.
Met Ricky, die ik gisteren leerde kennen, ga ik vanochtend snorkelen via het hotel. 3 uur in een groepje met 4 dames gaan we de snorkelplekken af. Mooie visjes, geen haaien maar wel een schildpad!
Een poging tot een middagdutje valt door gesprekken met andere in de dorm in het water. Na avondeten gaan Ricky en ik naar een ander strand voor een mooie maar late avond.
Met een kater op de boot terug naar het vaste land was niet het beste idee. Hopend dat ontbijt helpt neem ik de tijd in Kuala Besut, voor ik de weg naar het zuiden in sla. Duidelijk nog noet 100% moet ik na 10km toch echt even gaan liggen. Nog 10km verder stop ik bij een tankstation. Met tijd werk ik 2 bananen naar binnen en drink ik meer.
Dit helpt zodanig dat ik een stuk makkelijker mijn weg vervolg. Ergens buiten zicht is de oceaan en af en toe zie ik daken van dorpjes aan de kust. Het landschap is vrij droog en er zijn weinig bomen aan mijn kant langs de weg dus ik ben extra blij met de bewolking.
Ik kom aan bij een t-splitsing en sla prompt de verkeerde richting in. Zoekend naar een kampeerplek aan het strand kom ik snel achter mijn vergissing en draai om. De juiste kant op gaand herken ik al snel de omschrijving, de rivier links van me en de oceaan rechts. Het land is hier smal, misschien een paar honderd meter en dat voor een aantal kilometer. In het begin is er een dorp, dit stopt om verder op een chique resort te passeren. De weg wordt een zandweg en na de laatste bebouwing ga ik nog 500m verder om in de beschutting op het strand m'n tentje op te zetten. Een duik in de zee voordat het donker wordt. Zelfs de vissers verderop laten me met rust.
Een aantal keren word ik wakker van de flitsen aan de horizon. Het lijkt even ook hier te gaan stormen met stevige wind, maar uiteindelijk blijft het droog. Rustig pak ik mijn spullen en probeer ik de handigste manier te bedenken om de tent aan te pakken. Het valt wat tegen maar uiteindelijk is Elsa weer vol en lopen we de zandweg weer af.
Na het ontbijt blijft de kust nog een tijd zichtbaar voor er teveel land tussen de weg en de kustlijn komt en de oceaan weer verdwijnt achter huizen en velden.
Het wordt steeds drukker op de weg terwijl ik Terengganu nader en ook langs de weg verschijnen meer gebouwen. Een brug brengt me over de rivier met zicht op de stad. Zo weet ik snel welke richting ik uit moet en in geen tijd ben ik in het centrum. Op zoek naar accommodatie kom ik vanalles tegen. Eerst een kleine kamer (net groot genoeg voor het bed) wat veels te veel kost binnenin een gebouw. Dan een ruimere plek maar waarbij de eigenaar rare vragen gaat stellen. Als derde een redelijke plek maar geen plek voor Elsa. Uiteindelijk kom ik per toeval uit bij een goede kamer, iets duurder maar hier vertrouw ik het.
Na een korte wandeling door het centrum vind ik een plek om te eten. Denkend garnalensoep te hebben besteld kijk ik raar op van wat er voor m'n neus staat. Een donkere, heldere soep met grote stukken erin, verdacht veel lijkend op vlees. Op navraag blijken het koeienpoten te zijn! Een interessante maaltijd. Blij de dag achter me te laten bij een film op tv.
De tv had ik uit moeten laten, bedenk ik me terwijl Avatar begint. Halverwege heb ik dan eindelijk de moed om de tv uit te zetten en naar beneden te gaan met alles voor het ontbijt. De manager heeft nog wat nuttige info voor later op de dag en wijst me een goede plek voor roti canai.
De route is erg simpel, ga rechts en dan heel lang rechtdoor. Dit kan ik en ik fiets vlot naast het vele verkeer verder richting het zuiden. Na zo'n 15km sta ik bij een haventje waar boten naar Pulau Kapas vertrekken. Het klinkt als een mooi eiland maar wat doe ik met Elsa? Laat ik haar hier achter, op slot maar buiten staand? Neem ik haar mee naar een eiland zonder wegen? Of probeer ik of ik haar bij de politie kan stallen? Na even wikken en wegen besluit ik dat allen voor mij geen echte optie zijn en dus stap ik op en ga verder, naar het zuiden dan maar weer.
Teleurgesteld fiets ik over de kustweg, die voor de verandering lange tijd bij de kust blijft. Maar het is druk hier en ik weet niet goed wat nu te doen, waar heen te gaan. Een lange tijd fiets ik zo langs de kust, deze niet waarderend maar ik kan er weinig aan doen, zo voelt het.
Dungus staat op de bordjes en ik besluit hier een kijkje te nemen en hopelijk ideeen op te doen hoe nu verder. Een brug over gaand zie ik het al liggen en fiets zo het centrum in. Gek genoeg is het enige hotel hier gesloten, een andere lijkt er niet te zijn. De hoofdweg verder fietsend kom ik bij een ander centrum uit en hier zijn meer plekken. Ik vind vlot iets en ben blij met de wifi zodat ik op zoek kan gaan.
Een wandeling door Dungun levert weinig helderheid op over welke van de 2 het centrum is en na avondeten neem ik plaats in de lobby. Eens zien of ik inspiratie kan vinden.
Luiheid in Maleisie
Woensdag 28 maart 2012 (30km)
Het is alweer eind maart en de laatste dag van mijn Thaise visum. Tijd om de grens over te steken, maar hoe? Ik kan op de fiets springen, de grens over kunnen en aan de kust kunnen overnachten met Marty. Of ik neem de veerboot naar Langkawi, waar 2 bekende zijn tegen wie ik heb gezegt vandaag te zullen arriveren. Hier zit ik de laatste dagen al over te wikken en wegen. Bij het ontbijt besluit ik dan toch de veerboot te nemen. Het is niet dat ik niet wil fietsen, maar ik heb nou eenmaal aangegeven dat ik vandaag op Langkawi zal zijn. En dus neem ik na het ontbijt afscheid van Marty, die ik vast in Maleisie nog wel zie, spring op Elsa en fiets naar de pier waar ik hoop het ochtendveer nog te halen.
Iets voor half 9 stap ik op de veerboot met de leden van een reggaeband die ik gisteren kort heb ontmoet. Ik zit afwisselend op dek, alleen, of binnen met Shah te kletsen. Uiteraard accepteer ik zijn aanbod voor een kop koffie en samen lopen we de het eiland op. Een nieuw land op het lijstje, Maleisie!
Net buiten de haven staat Mathieu voor m'n neus, hij gokte op mijn aankomst met het eerste veer. Hij houdt ons gezelschap bij een kop koffie, waarna we samen richting Cenang fietsen. Hier heb ik adressen van hostels met dormitories. Bovendien zou ik hier Ramon moeten kunnen vinden, ergens. Het is een korte rit, iets meer dan 20km en we zijn in Cenang op zoek naar een van de 2 hostels. De eerste is vol, maar Rainbow Lodge heeft wel lege bedden en niet veel later lopen we door het plaatsje. Typisch toeristisch plaatsje, met voornamelijk veel te dure, kitscherige dingen te koop. Teruglopend over het strand spot ik Ramon en al snel lopen we even via een supermarktje voor goedkoop bier.
Genieten van gezelschap
Langkawi (29 maart - 3 april, 122km)
Ik bljif een week op Langkawi, genietend van het gezelschap, de zon, de zee, het goedkope bier en het eiland. Met Ramon ga ik een 'rondje' fietsen, een mooie 55km op het eiland. Een van de dagen is er een reggaefestival in Babylon en ik heb een kaartje gekocht. Lekker een dagje hangen bij het strand, live-muziek luisteren en nieuwe mensen leren kennen. Ook komt Marty nog langs op het eiland, maar voor ik het weet is hij alweer vertrokken. Hopelijk zie ik hem later weer. Een heerlijk lui weekje waar pas een einde aan komt als zo goed als iedereen vertrokken is.
Woensdag 4 april 2012 (39km)
Na een week is het echt tijd om te vertrekken. Op woensdag fiets ik naar Kuah waar de haven is. Onzeker nog of ik vandaag oversteek of morgen, ga ik eerst op zoek naar een kaart van Maleisie. Zonder succes fiets ik door naar de pier waar ik in gesprek raak met wat werkers bij een koud drankje. Ik zit nog wat te dubben maar als ik besluit vandaag over te steken word me gelijk verteld welk veer ik moet nemen. Blijkbaar is een van hen de kapitein en ik leer dat dit zo zijn voordelen heeft. Lui lig ik in een hangmat op het dek, terwijl Langkawi langzaam krimpt aan de horizon, als enige.
Aangekomen in Kuala Kedah stap ik gelijk op en fiets de korte afstand naar Alor Setar. Het is laat in de middag en ik ben blij dat het dichtbij is en ik snel op zoek kan naar een slaapplek. Een fietswinkel heeft wel een tip voor me en nieuwe rubberen uiteinden voor mn stuur. Een hotel heeft een kamer voor me en ze geeft me gelijk 15RM korting op de prijs, waardoor het betaalbaarder is. Tijd voor een wandeling.
Donderdag 5 april 2012 (81km)
De verkoudheid die ik op Langkawi heb opgelopen begint langzaam erger te worden en zorgt er voor dat ik er niet helemaal bij met mijn hoofd. Of misschien ben ik dat zelf gewoon. Wegfietsend vraag ik me af hoe laat het is om er vervolgens achter te komen dat ik mijn ketting - met klokje- vergeten ben. Snel omkeren, de trap oprennen en mn ketting onder het kussen vandaan vissen. En dan eindelijk op pad, naar ontbijt en naar het zuiden.
Ontbijt langs de weg, een verrassingspakketje in een bananenblad, een halve plak cake (ja bij het ontbijt), een kop thee en uitleg hoe op de juiste weg te komen. Opstaand om te betalen wuiven de dames me weg, de man die me de weg heeft uitgelegd heeft al betaald voor me. Verbaasd vertrek ik, hoe vriendelijk vreemde mensen kunnen zijn.
Met de aanwijzingen vind ik een rustige weg in de juiste richting. Het zal wel een omweg zijn, maar het loopt dichter bij de kust en is rustiger dan de 1 dus dat is het waard. Fietsend door de rijstvelden en dorpen met moskees zie ik de heuvel al liggen waar ik over gehoord heb. Niet groot maar wel op de route. Maar eerst fiets ik door een markt, per ongeluk. De zogenaamde vluchtstrook in een dorp is volgebouwd met marktkramen en ik kan het niet laten om wat fruit te kopen voor onderweg.
De heuvel blijkt onvermijdelijk maar valt ontzettend mee, aangezien de weg over een lager stuk gaat. Behalve de hoestbui die ik krijg op de eerste bult is het goed te doen met een rugwind en uitzicht op de oceaan. Aan de andere kant van de heuvel draait de weg land inwaarts en volgen er nog wat korte, lage bulten. Wanneer deze over zijn ben ik alweer bijna bij mijn bestemming van vandaag, Sungai Petani of SP.
Op zoek naar een goedkoop bed fiets ik veel rondjes, uiteindelijk iets vindend waardoor ik kan gaan eten. Helaas is er in het begin weinig sprake van slaap. Ik kom er achter dat er een muis in mijn kamer zit, onder mijn bed! Gelukkig telt de kamer 2 bedden en verhuis ik naar het andere bed, mijn tassen dicht ritsend om nare situaties te voorkomen. Misschien zou ik me er niet zo gemakkelijk bij neer moeten leggen, maar ik wil slapen. Ook al gebeurd dit pas na middernacht.
Vrijdag 6 april 2012 (40km)
Ik ben te moe om om 6 uur al op te staan, snooze mn wekker en probeer het om 7 uur nog een keer. Ditmaal met succes en een half uur later sta ik beneden, klaar om te vertrekken. Het is maar een korte dag, de rit naar Butterworth is zo'n 35km. Eitje!
Onderweg stop ik voor een foto en raak ik aan de praat met een local die de weg naar de pier uitlegd en enthousiast is over mijn fietsen. Hij fietst nu nog korte afstanden maar hoopt aan het einde van het jaar ook aan de lange afstand te beginnen. Ik stop in Butterworth nog een keer, nu om iets meer te eten dan mn ontbijtbroodje. Het veer is dichtbij en om 10 uur sta ik te wachten met alle scooters om aan boord te mogen voor de korte tocht van 20min.
In Georgetown word ik begeleid naar de tourist information, waar ik een kaart ophaal en wat advies krijg over accommodatie. Tijd om te beginnen met zoeken. Georgetown is vrij toeristisch en er is veel accommodatie. De populairste liggen in een drukke straat en hier heb ik geen zin in. Uiteindelijk beland ik in de Love Lane Inn, in de Love Lane. Wat een geweldige straatnaam!
Marty komt even later aangelopen voor een kop koffie, tijd om bij te kletsen. Het nieuws is dat hij terug gaat naar Thailand, helaas kan ik weer alleen verder. Terug op straat slenter ik doelloos rond, niet ergens specifiek in geintereseert. Uiteindelijk beland ik in een tuak zaak, een licht alcoholisch drankje gemaakt van palmbomen (in dit geval de kokospalm). De tijd vliegt voorbij, ik krijg een uitnodiging voor lunch en terug krijg ik een glas whiskey met ijswater waardoor de tijd voorbij vliegt..
Een pauze is nodig
Hotel California - Georgetown (7-18 april 2012, 113km)
Bijna 2 weken weet ik door te brengen in Georgetown zonder heel druk te zijn. Het gezelschap is goed, Jacqui en Amy, Marty, Mike en anderen. Elke dag begint met roti canai als ontbijt (een soort pannekoek met curry saus) en een kop thee, met Jacqui. Daarna kan van alles gebeuren. Zo lees ik mn boeken, vind ik een kaart van Maleisie, drink ik koffie met Marty, loop ik door de straten met oude gebouwen, beklim een deel van Penang Hill met Amy en Jacqui, ga naar de film met Jacqui, drink bier en tuak. Uiteindelijk moet ik gedag zeggen tegen Marty zeggen, die vertrekt 2 maal vanaf Georgetown. Eenmaal wil hij de trein nemen, maar deze is uitverkocht. De volgende dag is de trein ook uitverkocht en besluit hij per boot terug naar Thailand te gaan.
Dezelfde middag volgt wat erna in het nieuws is geweest, de aardbeving voor de kust van Sumatra. We voelen het schudden en een tsunami waarschuwing volgt. 's Avonds besluiten we een kijkje te nemen bij de pier, niet wetend dat de waarschuwing alweer is ingetrokken.
Tijdens een weekend besluit ik binnenkort te vertrekken en in de richting van Indonesie te gaan na Maleisie. En dus is het visum tijd. De pasfoto's worden geregeld en kopies worden gemaakt. Maandag sta ik op tijd bij de embassade om te horen dat ik een exit-flight moet hebben, dus draai ik om en probeer iets te regelen wanneer ik terug ben. Met wat hulp heb ik een bevestiging van een zogenaamde vlucht van Jakarta naar KL, eitje. De fietsenmaker is het volgende wat ik moet regelen en dus ga ik op pad. Bij een zaak word ik goed geholpen, krijg nuttig advies en ze hebben een uitgebreid assortiment - heerlijk om even rond te lopen en te kletsen over fietsen.
Terug naar de embassade, met de bus, op dinsdag overhandig ik alles en duim ik. Woensdag blijkt dat alles gewerkt heeft en heb ik een 2 maanden visum voor Indonesie in mijn paspoort. Tijd voor de laatste dingen, drankjes en aankopen en dan kan ik verder.
Thailand afzakken
Bangkok - 19 maart
In Bangkok blijf ik uiteindelijk nog een paar dagen hangen waardoor ik maandagnacht pas vertrek. Alles wordt geregeld met betrekking tot Elsa, met Marty, Sarah en Tyrhone hang ik nog rond, Marty koopt een 2e hands fiets en besluit mee te gaan waarvoor we alles regelen en dan is het naar het station voor kaartjes. Maandagnacht is het zover en nemen we de trein naar Surat Thani. Voor mijn gevoel ga ik terug waar ik gebleven ben, nu gaat de reis weer verder.
Dinsdag 20 maart 2012 Surat Thani (16km)
De trein komt vertraagd aan bij Surat Thani en we zijn beide moe. Aangezien we de treinkaartjes kort van tevoren kochten waren alleen zitplaatsen beschikbaar en de nachtrit heeft ons beide uitgeput. Het treinstation ligt in een plaatsje zo'n 10km buiten Surat Thani. Hier vinden we ontbijt, wat ons energie levert om op de fiets te stappen en de korte afstand te fietsen. Hier vinden we al snel een hostel met nu al een kamer beschikbaar (het is nog maar half 11). We lopen beide wat rond, doen een middagdutje en struinen de avondmarkt af en dat was het dan wel weer.
Woensdag 21 maart 2012 Wiang Sa (70km)
Na het ontbijt fietsen we Surat Thani uit over een bekende weg. Het eerste deel van de route herinner ik me vaag, alhoewel ik toen mijn meer bezig was met de slag in mijn wiel dan met de weg. Eens zien hoe Marty het doet! Na een eerste pauze neemt hij de leiding, maar al snel heb ik het idee dat hij zichzelf voorbij schiet als hij zo doorgaat. We zijn al vrij snel met 22km/u en het hoeft echt niet sneller met een aantal dagen fietsen voor de boeg.
Vroeg in de middag komen we in Wiang Sa aan en we voelen ons beide vrij fit. Toch stem ik na een pauze voor om hier te blijven, een volgende mogelijke plaats met accommodatie is ruim 20km verder en ik vermoed dat dat wel eens teveel zou kunnen zijn. We checken in in een resort en gaan voor een wandeling door het plaatsje.
Donderdag 22 maart 2012 Ratsada (94km)
Marty heeft met mijn oude routine ingestemd, 6 uur wekker - 7 uur met gepakte fietsen buiten. Vanmorgen gaat het goed en zijn we om 7uur op weg naar ontbijt. De weg die we volgen, weg 41, is een stuk drukker dan de rustigere 409 van gisteren.
Voor mijn gevoel ben ik terug waar ik gebleven ben. Niet dat ik een vaste route aanhou maar ik ga weer verder van waar ik origineel op de trein ben gestapt in de richting van Cambodja. En het voelt goed om weer op pad te zijn, het begon best te kriebelen in Bankok.
Ondanks dat we vandaag voor het eerst lats hebben van blaffende honden zegt Marty te genieten van de rit. Tot nu toe gaat het goed, ik hoef me voor mijn gevoel niet in te houden. Hopelijk doet hij niet zijn best om mij bij te houden, het kan best wat rustiger.
Na een lunchpauze bij een drukke kruising slaan we weg 403 in, die verderop rustiger wordt. Mijn tempo blijft hetzelfde als voor de lunch maar Marty heeft het moeilijk, zo lijkt het. Als ik stop bevestigd hij mijn vermoeden, hij begint het te voelen. Gelukkig zijn we aan het laatste stuk van de dag bezig en vinden we een paar kilometer de gezochte afslag. Net na de afslag bevind zich een resort waar we snel een kamer hebben, alles dumpen en terugkeren naar een koffiezaak die Marty gespot heeft voor de kruising. Voor avondeten later moeten we verder lopen, het hele dorp voro de kruising lijkt gesloten te zijn! Uiteindelijk vinden we een heerlijk maal waarna we beide moe instorten.
Vrijdag 23 maart 2012 Palian (116km)
Het is al even geleden voor mij en bijna een record, we zijn gepakt en klaar om 6.40! En dan zien we de mist die het zicht beperkt tot zo'n 200m. In het dorpje Ratsada vinden we een ontbijt plek en nadat we iets besteld hebben komt een man aangelopen met de vraag of hij ons kan helpen. Door een oudere inwoner was hij erop geattendeert dat wij in het restaurantje zaten en hij kwam kijken of hij nodig was voor vertaling.
Om 9 uur is de mist alweer weg, wat gaat dat snel zeg! Maar de weg is zo rustig en gaat door een schitterend gebied dat we beide alleen maar kunnen genieten, ondanks de warme zon. Na de eerste pauze verandert de weg in een snelweg die zelfs de laatste 10km voor Trang druk wordt. Ondertussen ben ik ontzettend beroerd, zonder duidelijke verklaring. Wanneer we in Trang stoppen wil ik dan ook alleen maar iets drinken, aan eten wil ik niet eens denken.
Een korte zoektocht naar een kaart leidt tot een grotere zoektocht met hulp van een Thaise man die fietsenthousiast is.
We weten dat er accommodatie in Palian is en besluiten daar naar verder te gaan om zo een redelijke afstand te doen en niet de 155km tot Satun in 1 dag te hoeven doen. Wanneer we even stilstaan in de schaduw van een boom zie ik de waarschijnlijke boosdoener van mijn misselijkheid, er zit schimmel in mijn waterfles! En daar heb ik de afgelopen 2 dagen uit gedronken, geen wonder.
De weg verandert van snelweg in een rustige 2baans weg met veel schaduw. Dit is een stuk koeler fietsen en maakt dat we de resterende afstand tot Palian best snel doen. Daar aangekomen zoeken we wat rond. Een vriendelijke agent rijdt ons in de richting van een homestay, maar deze ligt best een eindje ten zuiden van de plaats en de afslag die we moeten hebben ligt ten noorden. Wanneer ons probleem hem duidelijk is weer hij nog iets anders en draait om. Hem volgend gaan we door Palian en slaan we op de juiste weg af. In een volgend dorpje brengt hij ons tot een resort waar we snel inchecken. We zitten er beide helemaal doorheen, wat niet gek is na 116km. Avondeten is rijst van de markt.
Zaterdag 24 maart 2012 Satun (115km)
Na een kop koffie en ontbijt van Tesco's gaan we op pad richting Satun. Het landschap is schitterend en beide genieten we van de rit. Veel beter dan dit vind je het niet! Wanneer de weg in noordelijke richting draait raak ik even kort in de war maar de kaart bevestigd dat we op de juiste weg zitten. We fietsen verder en er is niet meer te vertellen dan dat we beide genieten.
In een volgend dorp let ik even niet op en vergeten we af te slaan. Na enkele kilometers realiseer ik me de fout en snel keren we om en gaan terug. Een lunchpauze is gepast wanneer we een afslag vinden die ons op de juiste weg zal brengen. Deze weg is een stuk rustiger en vrij smal, lijdt door wat dorpjes voor we op de hoofdweg naar Satun terug zijn.
Deze weg heeft wat meer heuvels, ze zijn kort maar wat stijler en kosten dus meer moeite om op te komen. In een pauze kom ik erachter dat ik mijn schouders/rug aan het verbranden ben en wissel snel van shirt. De laatste bult volgt snel waarna het landschap weer vlak wordt.
We slaan af en beginnen aan de laatste 15km naar Satun. De constante zon valt me echter zwaar, ik stop vaker voor water en uiteindelijk moet ik zelfs een bushalte in duiken om de zon even uit te zijn. Dit helpt gelukkig en niet veel later rijden we de stad binnen op zoek naar een plek om te blijven voor een paar nachten.
Ang Yee's Guesthouse bevalt ons beide, de sfeer is goed en we zijn beide toe aan een biertje na 2 lange dagen.
3 dagen in Satun (30km)
We hebben zo'n 3 dagen voor onze visums voor Thailand verlopen. Satun ligt aan de grens en we blijven hier tot de laatste dag. We lopen rond, krijgen Marty's spaak gerepareerd die er vlak voor Palian uit schoot, ik shop wat kleding geschikt voor Maleisie (een moslimland) en genieten elke ochtend van roti cannai als ontbijt. Kletsen met anderen die in Ang Yee's verblijven doe ik info op over de Filipijnen, mocht ik er heen willen. Verder worden de mogelijkheden om in Maleisie te komen overwogen, het veer naar Langkawi of fietsen naar de grens. 3 dagen gaan vlot voobij en voor ik het weer is het onze laatste avond.