Eindelijk fietsen
Wakker wordend van mijn wekker ben ik blij dat ik gister al gepakt heb. Klaar voor vertrek nog snel een kop thee voor Jacqie, Mike en ik naar ons vaste ontbijt gaan.
Het is net 9 uur wanneer ik de veerboot af loop in Butterworth. Ik stap op en niet veel later fiets ik langs de expressway richting het noordoosten. De weg is niet druk, maar er is een aparte strook voor scooters buiten de vangrail waar ik fiets. Snel vervalt de weg echter naar een 2-baans zonder vluchtstrook. Het is niet druk met voornamelijk vrachtwagens. Omdat de weg slingert door de heuvels met plantaties is de zichtbaarheid niet groot en besluit ik met helm te rijden. Oncomfortabel maar het went vast.
Wegfietsend van lunch zie ik grijze wolken achter me. Hopend de resterende kilometers te kunnen doen voor het regent fiets ik door, geholpen door een stevige rugwind. Het mag echter niet baten en met nog geen 10km te gaan sta ik in een bushalte te schuilen. Het gaat flink tekeer voor zeker een half uur, voor het afneemt tot regen waar ik in kan fietsen. Een voordeel aan fietsen in de regen is dat het een stuk minder heet is.
In Baling vind ik vlot een goedkope slaapplek waar ik even rust voor ik te voet het plaatsje verken. Met een rivier door het dorp en een grote rots net buiten het dorp is het makkelijk je te orienteren. De mensen zijn vriendelijk, zo ontdek ik tijdens het avondeten waarbij ik in gesprek raak met een agent.
Banding meer ~ 20-04-12 ~ 98km
Ik doe het zodanig rustig aan vandaag dat ik pas na 8 uur vertrek van mijn ontbijt, midden in Baling. De oude snelweg, zoals de mensen weg 76 hier noemen, is snel gevonden. Volgens de agent van gisteren is deze route een stuk heuvelachtiger in vergelijking met de nieuwe snelweg, maar ook rustiger, iets waar ik op hoop. Dat er heuvels zijn blijkt al snel, wanneer ik net buiten het dorp begin te klimmen voor ruim een uur.
Dwars door de jungle en de heuvels slingert de weg van dorp naar dorp. Het is een plezier hier te rijden en er is weinig verkeer. Ik verbaas een paar toeristen op motors (geen scooters) die de andere richting uitgaan. Met regelmatig pauzes in verschillende dorpjes is het goed te doen ondanks het vele klimmen.
Vroeg in de middag kom ik bij een kruising. Hier kan ik afslaan op bij meer Banding te komen of doorgaan naar Gerik om morgen naar het meer te fietsen. Het is nog vroeg en ik hou er niet zo van om een afstand overbodig dubbel te doen en dus sla ik af. Nog even een lunchpauze waarbij ik ook mn water bijvul. Een goede beslissing want niet veel later begin ik aan een veel langere klim waarbij er geen restaurants meer langs de weg te vinden zijn. De laagste versnellingen komen van pas in deze langzame tocht omhoog. Het duurt een tijd voor ik me herinner wat me verteld is in Georgetown. Een van de jongens in de fietswinkel sprak over het meer en het eiland. Het meer is door mensen gemaakt en het eiland was oorspronkelijk een heuvel, de top is nu een eiland. Dit betekent, bedenk ik me nu, dat de rand van het meer ook heuvels moeten zijn. Geen wonder dat ik zo veel omhoog ga!
Na deze lange klim volgt een afdaling en ineens zie ik het meer. De weg vervolgt in een brug die me op het eiland brengt. Hier zet ik, op aanwijzing van de politie, mijn tentje op onder een boom.
'S nachts blijkt dat mijn tweedehands tentje niet bepaald waterdicht is. Elke druppel spat uit in duizend kleine druppels in de tent. Voor het echt losbarst mag ik van de agenten verplaatsen naar een plek onder hun massale afdak. Flinke onweersbuien trekken over en ik slaap weinig maar ben blij in ieder geval droog te zijn.
Ik neem een dagje vrij bij het meer om mijn lichaam niet te veel te porren in de heuvels, er komt mogelijk meer. De omgeving bij het meer verkennen hoop ik ergens olifanten te zien, waarvan ik hoor dat ze hier nogal eens gespot worden. Geen olifanten te zien, maar wel apen en een ree. Nog wat gesprekken met mensen die het eiland aandoen als pauze op een lange rit voor ik mijn tentje weer onder de boom plaats en hoop dat het droog blijft.
Het was zowaar een droge nacht en dus sta ik m'n spullen te pakken onder de boom terwijl de zoon langzaam opkomt achter de heuvels. Het enige vindbare ontbijt achter de kiezen fiets ik weg van het meer. Al snel gaat de weg verder omhoog. Heb ik de hoogste top niet gehad op de weg naar het meer? Kijkend naar het uitzicht lijkt het van niet.
Na ruim 20km durf ik het aan om een vrachtwagen chauffeur te vragen hoeveel verder het nog is voor ik de top bereik. 8 kilometer klinkt geruststellend en ik ga verder. Exact 8km verder zit ik in een restaurant te genieten van roti, thee en het uitzicht. Dit is het hoogste punt van de oost-west snelweg.
Het voordeel van de top bereiken is, buiten het uitzicht, de afdaling die er op volgt. De kilometers gaan snel terwijl ik me naar beneden laat rollen. Het is bijna teleurstellend om daadwerkelijk te moeten fietsen om ergens te komen. Voor ik het weet bevind ik me weer in een normale bewoonde wereld met dorpjes langs de weg.
Jeli was voor mij een stipje op de kaart, een bestemming waar ik hopelijk kan slapen. Hier aangekomen lijkt er niet veel te zijn, wat verspreide gebouwen maar geen echt centrum. Bij een tankstation vraag ik daarom om hulp voor accommodatie. Een man gebaart me hem te volgen, gelukkig is hij geduldig met zijn scooter want de 5km vallen me zwaar. Na 2 nachten kamperen kan ik me de kamer veroorloven en blij sta ik onder een warme douche. De tv is verbonden met een kastje beneden en op verzoek zetten ze een filmzender voor me op.
Het is nog donker als de wekker gaat en dat is toch moeilijker opstaan. De filmzender is nog steeds op en ik word dan ook verleid in het afkijken van een film, half pakkend in de tussentijd. Het is een wonder dat ik niks vergeet en om half 8 de sleutel en het geld kan overhandigen aan een dame die toegesnelt is.
De weg is glooiend en om eerlijk te zijn verveelt het me. Verwend na de geweldige uitzichten van de heuvels is dit niks aan en vaak kan ik weinig zien achter de struiken langs de weg. De mensen zijn echter vriendelijk als altijd. Toch valt het me tegen vandaag en voelt het alsof ik nioet vooruit kom. Misschien komt het omdat ik te weinig drink, maar vaker stoppen voor water blijkt weinig effect te hebben.
Uiteindelijk stop ik een laatste keer voor ijs voor ik de stad in fiets. De laatste kilometers is er langs de weg zo veel bebouwing dat het landschap niet te zien is. Veel kleine bedrijven en dus veel verkeer.
In het centrum zoek ik de Mac op, niet om te eten (alhoewel, een ijsje gaat er altijd in) maar voor de wifi. Een paar mogelijke hostels worden genoteerd en met wat hulp kom ik bij de eerste aan. Op de 3e verdieping in het centrum klinkt oké tot blijkt dat ik Elsa dan ook alle trappen op moet krijgen. Te veel werk als je het mij vraagt en ik ga verder. Net buiten het centrum kom ik bij Zeck's uit, op de begane grond! Het is maar een paar minuten van de avondmarkt waar eten gevonden wordt en ik het niet kan laten om een paar stukken cake mee te nemen.
In Kota Bharu, de provinciale hoofdstad, hoop ik een paar dingen te kunnen regelen. Na het ontbijt vertrek ik naar een fietswinkel waar ze me niet kunnen helpen. Op de vraag om een ander adres wordt eerst gezegd dat er geen is. Dit klinkt mij raar in de oren, in een stad met 2 miljoen inwoners is er maar 1 fietswinkel? Uiteindelijk weet een dame wel een andere plek, nog geen 5 minuten verder. Hier ben ik snel geholpen en kan ik aan de volgende taak beginnen.
Een tent blijkt lastiger te vinden en na een paar onsuccesvolle pogingen kom ik bij een zaak uit die alleen heeft wat ik al heb. Het is al tegen 4 uur en ik ga terug naar Zeck voor nieuw advies en om met gezelschap me weer naar de avondmarkt te begeven voor meer cakes.
De volgende dag vind ik de zaak die me werd aangeraden en hier hebben ze een tent en een matje te koop. Simpel maar meer heb ik niet nodig. Het kan dus wel snel en ik besluit de toerist uit te hangen en wat rond te lopen. Me later naar een internetcafé begevend zie ik een fietser. Vragend of hij hulp nodig heeft blijkt het Fred te zijn die ik in Bangkok heb leren kennen in een fietszaak. Ook hij begeeft zich naar Zeck en er is meer gezelschap voor de avondmarkt.
Elsa gepakt hebben met alles (waaronder nu 2 tenten) fiets ik naar ontbijt en probeer ik een goede route te vinden om de stad weer uit te komen. Er zijn veel 1richtings wegen hier en ik beland nog op een parkeerplaats van een ziekenhuis voor ik op de juiste weg uitkom.
Het begin druk maar al snel buiten het centrum ben ik een van de weinige op de weg. Door de vele schaduw en het zachte windje is het heerlijk fietsen en na een eerste pauze heb ik soms zicht op de oceaan. Het is overduidelijk minder toeristisch en minder ontwikkeld dan de westkust maar het bevalt me goed.
Na 60km sta ik in Kuala Besut bij het kantoor waar ik mijn kaartje moet tonen. Het personeel ziet de fiets en al snel brengt iemand me naar een afgesloten ruimte waar ik Elsa achter laat met het meerendeel van mijn spullen. Veilig achter slot en grendel zo hoop ik. Met 2 fietstassen stap ik een boot op, bestemming een van de Perhentian eilanden.
Ik weet vrij weinig van de eilanden maar wel dat eentje goedkopere accommodatie heeft en hier wordt ik bij een strand afgezet. Met wat hulp kom ik uit in een dormitory en laat ik alles achter om te gaan zwemmen.
Met Ricky, die ik gisteren leerde kennen, ga ik vanochtend snorkelen via het hotel. 3 uur in een groepje met 4 dames gaan we de snorkelplekken af. Mooie visjes, geen haaien maar wel een schildpad!
Een poging tot een middagdutje valt door gesprekken met andere in de dorm in het water. Na avondeten gaan Ricky en ik naar een ander strand voor een mooie maar late avond.
Met een kater op de boot terug naar het vaste land was niet het beste idee. Hopend dat ontbijt helpt neem ik de tijd in Kuala Besut, voor ik de weg naar het zuiden in sla. Duidelijk nog noet 100% moet ik na 10km toch echt even gaan liggen. Nog 10km verder stop ik bij een tankstation. Met tijd werk ik 2 bananen naar binnen en drink ik meer.
Dit helpt zodanig dat ik een stuk makkelijker mijn weg vervolg. Ergens buiten zicht is de oceaan en af en toe zie ik daken van dorpjes aan de kust. Het landschap is vrij droog en er zijn weinig bomen aan mijn kant langs de weg dus ik ben extra blij met de bewolking.
Ik kom aan bij een t-splitsing en sla prompt de verkeerde richting in. Zoekend naar een kampeerplek aan het strand kom ik snel achter mijn vergissing en draai om. De juiste kant op gaand herken ik al snel de omschrijving, de rivier links van me en de oceaan rechts. Het land is hier smal, misschien een paar honderd meter en dat voor een aantal kilometer. In het begin is er een dorp, dit stopt om verder op een chique resort te passeren. De weg wordt een zandweg en na de laatste bebouwing ga ik nog 500m verder om in de beschutting op het strand m'n tentje op te zetten. Een duik in de zee voordat het donker wordt. Zelfs de vissers verderop laten me met rust.
Een aantal keren word ik wakker van de flitsen aan de horizon. Het lijkt even ook hier te gaan stormen met stevige wind, maar uiteindelijk blijft het droog. Rustig pak ik mijn spullen en probeer ik de handigste manier te bedenken om de tent aan te pakken. Het valt wat tegen maar uiteindelijk is Elsa weer vol en lopen we de zandweg weer af.
Na het ontbijt blijft de kust nog een tijd zichtbaar voor er teveel land tussen de weg en de kustlijn komt en de oceaan weer verdwijnt achter huizen en velden.
Het wordt steeds drukker op de weg terwijl ik Terengganu nader en ook langs de weg verschijnen meer gebouwen. Een brug brengt me over de rivier met zicht op de stad. Zo weet ik snel welke richting ik uit moet en in geen tijd ben ik in het centrum. Op zoek naar accommodatie kom ik vanalles tegen. Eerst een kleine kamer (net groot genoeg voor het bed) wat veels te veel kost binnenin een gebouw. Dan een ruimere plek maar waarbij de eigenaar rare vragen gaat stellen. Als derde een redelijke plek maar geen plek voor Elsa. Uiteindelijk kom ik per toeval uit bij een goede kamer, iets duurder maar hier vertrouw ik het.
Na een korte wandeling door het centrum vind ik een plek om te eten. Denkend garnalensoep te hebben besteld kijk ik raar op van wat er voor m'n neus staat. Een donkere, heldere soep met grote stukken erin, verdacht veel lijkend op vlees. Op navraag blijken het koeienpoten te zijn! Een interessante maaltijd. Blij de dag achter me te laten bij een film op tv.
De tv had ik uit moeten laten, bedenk ik me terwijl Avatar begint. Halverwege heb ik dan eindelijk de moed om de tv uit te zetten en naar beneden te gaan met alles voor het ontbijt. De manager heeft nog wat nuttige info voor later op de dag en wijst me een goede plek voor roti canai.
De route is erg simpel, ga rechts en dan heel lang rechtdoor. Dit kan ik en ik fiets vlot naast het vele verkeer verder richting het zuiden. Na zo'n 15km sta ik bij een haventje waar boten naar Pulau Kapas vertrekken. Het klinkt als een mooi eiland maar wat doe ik met Elsa? Laat ik haar hier achter, op slot maar buiten staand? Neem ik haar mee naar een eiland zonder wegen? Of probeer ik of ik haar bij de politie kan stallen? Na even wikken en wegen besluit ik dat allen voor mij geen echte optie zijn en dus stap ik op en ga verder, naar het zuiden dan maar weer.
Teleurgesteld fiets ik over de kustweg, die voor de verandering lange tijd bij de kust blijft. Maar het is druk hier en ik weet niet goed wat nu te doen, waar heen te gaan. Een lange tijd fiets ik zo langs de kust, deze niet waarderend maar ik kan er weinig aan doen, zo voelt het.
Dungus staat op de bordjes en ik besluit hier een kijkje te nemen en hopelijk ideeen op te doen hoe nu verder. Een brug over gaand zie ik het al liggen en fiets zo het centrum in. Gek genoeg is het enige hotel hier gesloten, een andere lijkt er niet te zijn. De hoofdweg verder fietsend kom ik bij een ander centrum uit en hier zijn meer plekken. Ik vind vlot iets en ben blij met de wifi zodat ik op zoek kan gaan.
Een wandeling door Dungun levert weinig helderheid op over welke van de 2 het centrum is en na avondeten neem ik plaats in de lobby. Eens zien of ik inspiratie kan vinden.
Reacties
Reacties
Lieve Jet. Ik lees weer met grote animo wat je nu weer beleeft. Ik kan me voorstellen dat je nu en dan een dagje rust nodig hebt. En de politie is je beste vriend? Wat zijn de mensen over het algemeen aardig. Gelukkig vind je iedere keer weer een vertrouwde slaapplek. Ik wens je nog goede reis en tot volgende keer. Liefs, Oma Mies.
Jet :) Wat mooi om weer verhalen van je te lezen!!
dank je wel dat je de moeite neemt je avonturen steeds weer online te zetten. Ik geniet lekker met je mee :)
Tot in Brussel!! (hou je op de hoogte per wanneer ik daar een woonruimte heb oké)
Reageer
Laat een reactie achter!
- {{ error }}