Jet-in-the-East.reismee.nl

Onbekkend Sumatra

Na een lange tijd in Maleisië is het tijd om verder te gaan. Een laatste ontbijt met Howard en dan zit ik op het veer naar Dumai, Sumatra. De overtocht gaat relatief vlot en mijn visum krijgt een stempel. En dan sta ik ineens in Indonesië, een nieuw land, een nieuwe taal en wie weet wat meer. Tijd om het te leren kennen! Ik blijf de eerste dag in Dumai om zo wat gewend te raken. Maar dan is het tijd om op pad te gaan en ik vertrek naar Pekanbaru. 2 dagen fietsen door plantages (op, neer, op, neer, op, neer etc.) later sta ik in de eerste grote stad. Het is druk en helaas wat duur. Uiteindelijk word me een bed aangeboden in een huis net buiten de stad en dankbaar accepteer ik het. Dan volgt een dag van aankopen en reparaties en een van plannen en luieren. Met kaart en een onderhoudsbeurt zet ik in op Bukittingi, een plaats tenmidden van vulkanen. 3 dagen fietsen klinkt goed te doen, maar het valt anders uit. De tweede dag loop ik stuk op een berg, de zon zakt en er is niks in de buurt. Een vriendelijke dame helpt en zo gebeurd het dat ik achterop een scooter naar haar huis word gereden in het donker en in stromende regen. Elsa volgt droog achterin een pickup. De volgende morgen is het niet ver meer, maar steek ik wel de evenaar over. In Bukittinggi neem ik even rust en dwaal 2 dagen rond voor ik mijn biezen weer pak. Om bij Maninjau meer te komen klim ik een kort stuk heel stijl, passeer meer schitterend gelegen rijstvelden en uiteindelijk daal ik af via 44 haarspeldbochten. Een simpele bungalow aan het meer is thuis en wanneer het regent in de morgen stel ik vertrek met een dag uit. Sumatra is danig groot en ik realiseer me dat ik niet echt vlot. Tijd om afstand te maken! In de volgende dagen fiets ik naar Ipuh, beginnend langs het strand maar grotendeels door plantages. Na 6 dagen en zo'n 500km neem ik de dag vrij. Reparaties en rust is alles wat ik doe. De strandroute die op mijn kaart staat aangegeven loopt niet echt langs het strand. Een vervelende verassing, in plaats daarvan is het plantage na plantage. Een goede verassing volgt na Ipuh, fietsers! 2 Indonesische mannen op weg naar Aceh (noord Sumatra) zijn de eerste, later op de dag gevolgd door René die uitblaast in een restaurant. Samen fietsen we door tot we een dag later Bengkulu bereiken. Ik begin eindelijk het gevoel te krijgen ergens te komen en zet de volgende morgen alleen door, René is uitgeput. 3 dagen fietsen levert flink wat heuvels op, een ontmoeting met Aaron uit Australië en een erg lange laatste dag voor ik Krui bereik. Een zogenaamd surfersparadijs waar alle surfers in all-incl hotels verblijven en ze alleen zichtbaar zijn wanneer ze op scooters voorbij snellen. 2 dagen luieren is genoeg voor mij en met René gaat de route verder richting Java. De eerste avond belanden we in een klein dorp en zetten we onze tenten op in een tuin voor we elders eten. Terugkomend bij de tenten regent het en bieden de buren ons een plek in de woonkamer aan, op het kleed. Snel verkassen voor we beide proberen te slapen. Smorgens wacht ons een heuvel, dit weten we. Onbekend was dat het zo stijl zou zijn, typisch Sumatra. En net als je denkt dat het over is volgt er meer. De afdaling is net zo stijl, maar dan zonder schaduw van bomen langs de weg. Een dag van 65km duurt zo tot 4 uur en weer belanden we op een vloer van vriendelijke mensen. Ditmaal slaap ik wat meer, gelukkig want er is morgen weer een heuvel. Deze heuvel is echter veel beter te fietsen, de weg slingert rustig omhoog. Een tegenvaller na een goede rit is het gebrek aan hotels in de plaats waar we wilden slapen. Het besluit om 25km door te zetten valt ons beide zwaar maar is nodig. Bandar Lampung is denk ik de grootste stad die ik gezien heb op Sumatra en gelukkig vinden we snell comfort. Twijfelend over een vrije dag loop ik 's avonds terug wanneer ik val. Een gat net naast de stoep was verstopt en met een zere enkel hink ik terug, morgen doe ik niks. En dat is precies wat gebeurd, nauwelijks iets. Een kop koffie en overleggen wat ieder van ons verder wil gaan doen is het voornaamste. Het veer naar Java is niet ver meer en de volgende dag zetten we voorzichtig door. Mijn enkel doet nog pijn en we weten dat er een enkele heuvel over is. Toch valt fietsen me goed mee, tot mijn verbazing, en we maken flink afstand. Het is later in de middag wanneer we de laatste serie heuvels beklimmen en weten dat het niet ver meer kan zijn. Met 3km resterend suizen we zo de heuvel af en de haven in. Zonder ticket komen we toch aan boord en terwijl we wegvaren zakt de zon achter Sumatra. Op de 31e dag van mijn visum laat ik Sumatra achter me, benieuwd wat er komen gaat op het eiland met miljoenen inwoners.

Reacties

{{ reactie.poster_name }}

Reageer

Laat een reactie achter!

De volgende fout is opgetreden
  • {{ error }}
{{ reactieForm.errorMessage }}
Je reactie is opgeslagen!